Interview met Nawel Babaï: "Ik geef mensen vleugels om zelf te kunnen vliegen"
Nawel (49) pendelt dagelijks vanuit het rustige Deinze naar het bruisende Brussel. Als gezinsondersteuner bij Kind en Gezin bouwt ze al twee jaar vertrouwensbanden op met kwetsbare gezinnen in Schaarbeek en Sint-Joost. Zelf mama van vijf kinderen en geboren Brusselaar, combineert ze haar persoonlijke ervaring met professionele expertise. Haar verhaal toont hoe zij families helpt om sterk te worden in een complexe stad waar verschillende culturen en talen samenkomen.
Nawel, kun je jezelf even voorstellen?
“Ik werk al twee jaar als gezinsondersteuner in Brussel-Zuid. Bij ons is Brussel opgedeeld in twee delen: Brussel-Noord en Brussel-Zuid. Noord is de kant van Molenbeek en Schaarbeek, en ik werk meestal in de regio van Schaarbeek en Sint-Joost.
Ik ben daarnaast ook mama van vijf kinderen - mijn oudste is 23 en mijn jongste is bijna 4 jaar. Ik ben geboren en getogen in Brussel, een echte Brusselaar dus, maar ik woon nu al 24 jaar in Vlaanderen. Eerst lange tijd in Gent, nu in Deinze. Ik pendel elke dag, maar doe heel graag mijn job hier!”
Waarom kies je ervoor om in Brussel te werken maar niet te wonen?
“Mijn familie woont in Brussel, maar voor mij ging dat niet meer. Het is er te druk voor mij. Deinze is een klein dorp en daar is het heel rustig. Als ik thuiskom is het totaal iets anders dan hier in Brussel. Ik heb het beste van beide werelden.”
Hoe zou je jouw job omschrijven?
“Ik zie mezelf als een vertrouwenspersoon voor het hele gezin. Als Kind & Gezin zijn we een multidisciplinair team met verpleegkundigen, psychopedagogen, gezinsondersteuners en sociaal werkers. Het is mijn taak een vertrouwensband te creëren met kwetsbare gezinnen - bijvoorbeeld bij taalbarrières of armoede. Ik maak die mensen sterk zodat ze kunnen meedraaien in de maatschappij.
Bijvoorbeeld mensen die de taal niet beheersen - ik help hen kiezen welke taal ze willen leren. Ik ben zelf een voorbeeld dat het kan, want ik ben eigenlijk Franstalig en sprak eerst geen Nederlands en nu wel. Ik ben op mijn 38ste terug gaan studeren. Ik ben nu bijna 50. Alles kan als je echt wilt. Ik geef die vleugels aan mensen om zelf te kunnen vliegen!”
Hoe werken jullie samen met Huis van het Kind Brussel?
“Er zijn consultaties ter plaatse voor jonge gezinnen maar soms heeft de verpleegkundige maar 15 minuten voor een vaccin en bespreking. Ze zijn dus beperkt in tijd. Sociale werkers en gezinsondersteuners maken tijd voor huisbezoeken apart, zo kunnen we meer uitleg geven over onderwerpen of hen helpen met administratie. We werken op die manier dus complementair.
We hebben ook een pilootproject met het Huis van het Kind. We willen samenwerken om mensen te versterken. Er is ook een permanentie waar mensen mogen komen.
"Elke dag heb ik het gevoel dat ik iets goeds heb gedaan!"
Kun je een concreet voorbeeld geven van je werk?
Ik heb een gezin met een autistisch kind. Ik heb expertise daarin omdat ik zelf ook kinderen met autisme heb. Ik hoorde dat hun kind autisme had. Nu, twee jaar later, is het bevestigd en kan het kind naar het buitengewoon onderwijs. De mama komt uit Irak en spreekt de taal niet. Ik heb haar door al die trajecten van testen geleid. Nu heeft ze het op papier en zegt ze: "Nu versta ik beter wat je allemaal tegen mij zei."
De ouders wisten niet wat autisme was. Ze dachten: ze is nog klein, ze gaat groeien en veranderen. Maar het is geen verandering, het is een ontwikkelingsachterstand. Nu heeft ze het op papier en kan ze aangeven: "Nu begrijp ik beter wat je allemaal tegen mij zei!"
Kleine dingen kunnen groots zijn
Wat geeft je voldoening in je werk?
“Ik doe dit werk enorm graag. Ik heb in de psychiatrie gewerkt in Gent als poetsvrouw. Daar heb ik besloten om te gaan studeren. In mijn job komen al mijn eerdere ervaringen samen. Plus, in Brussel ben ik als een vis in het water, ik ben hier opgegroeid. Ik weet dat ik veel kan betekenen voor mensen.
Een ander voorbeeld: een mama uit Palestina had een mail gestuurd naar een instantie voor haar papieren. Die mail is nooit aangekomen, maar zij wist dat niet. Tijdens een huisbezoek ontdekte ik dit. Ik heb gebeld en gezegd dat ik van Kind en Gezin ben, en alles werd opgelost. Kleine dingen kunnen veel betekenen. Dat is mijn voldoening - elke dag heb ik het gevoel dat ik iets goeds heb gedaan!”
Hoe zie je de toekomst voor gezinnen in Brussel?
"Mijn grootste wens? Dat Kind en Gezin meer en meer bekend wordt en dat mensen weten wat we kunnen betekenen. Zo maken we mensen meer zelfstandig en onafhankelijk.
Het is belangrijk mensen een beetje hoop en licht te geven. Want anders gaat het mis. We hebben hier te maken met mensen die zwaar traumatische dingen hebben beleefd. Soms onderschatten we dat. Ze komen uit een oorlog en maken hele erge situaties mee. We moeten hen wegwijs maken: "Kijk, daar is de weg. Je kunt daar naartoe." Brussel is een plek waar mensen allemaal naartoe komen. Dus we moeten zo werken en denken!”