Patrizia Civetta: “Taal is een cruciaal onderdeel van je identiteit.”
Interview met Patrizia Civetta, Onderwijscoördinatrice bij Foyer vzw
Kun je jezelf kort voorstellen?
Ik ben geboren in het Noorden van Italië en heb filologie gestudeerd met een Erasmusjaar in Gent. Ik ben begonnen bij Foyer als leerkracht Italiaans 30 jaar geleden maar werk nu al een 15-tal jaar binnen het team PIM (Partners in Meertaligheid). Samen met mijn collega’s geef ik sessies rond meertaligheid voor ouders op scholen, in bibliotheken en in de verschillende huizen van het Kind in Brussel. We zijn ook bezig met taalanalyse en taaladvies.
Foto: team PIM met Patrizia Civetta helemaal rechts
Taal is een rode draad in je professionele carrière. Welke talen spreek je thuis?
Ik spreek Nederlands, Frans, Italiaans, Duits, Spaans en Engels. In mijn dagelijkse leven spreek ik vandaag vooral Italiaans, Nederlands en Frans.
Wat drijft jou om elke dag weer vol energie te gaan werken?
Voor mij staat taal gelijk aan identiteit. Mensen hierin erkennen en versterken is al mijn focus van bij het begin van mijn carrière. In Italië gaf ik migranten en vluchtelingen lessen Italiaans, maar we organiseerden ook lessen in hun thuistaal.
Ook hier in Brussel blijft identiteitsontwikkeling mijn grootste bekommernis. De meest gesproken talen zijn Nederlands en Frans, maar de moedertaal kan een andere taal zijn. Als ik met kinderen werk, hoor ik ze vaak zeggen: “Ik ben half-half: half Marokkaans – half Belg.” Ik corrigeer dat dan: “Je bent niet half, je bent dubbel: een volledige Marokkaan die de Marokkaanse taal spreekt en een volledige Belg die Nederlands of Frans beheerst.” Maar dan is het wel belangrijk dat ze hun thuistaal ook effectief kennen, wat niet altijd het geval is.
Ouders onderschatten hoe belangrijk het is om hun kinderen een goede basis te geven in hun thuistaal. Die basis helpt ook om nadien op school Nederlands of Frans te leren. Ik probeer hen bewust te maken van het belang om voor hun thuistaal uit te komen en ze te gebruiken in interactie met hun kind. Ik geef altijd de tip om elke dag twee keer vijf minuten talig bezig te zijn met je kind: vijf minuten spelen en vijf minuten voorlezen. Dat helpt bij het ontwikkelen van een rijke woordenschat. De school kan daar dan nadien op verder bouwen.
Ik geef altijd de tip om elke dag twee keer vijf minuten talig bezig te zijn met je kind: vijf minuten spelen en vijf minuten voorlezen.
Kun je ons wat meer vertellen over de samenwerking met Huis van het Kind Brussel?
Net om wat ik net vertelde, zijn de sessies die we geven in de verschillende huizen van het Kind zo belangrijk. We zijn twee jaar geleden een samenwerking opgestart en we geven gedurende het jaar verschillende interactieve sessies in de huizen. Het overzicht vind je op deze webpagina. We geven bijvoorbeeld sessies rond Planting Languages, een Europees project voor aanstaande en jonge ouders. Samen met hen denken we na over welke talen ze het best spreken, schrijven, begrijpen en lezen. Daar leggen we dan de talen naast die hun nauw aan het hart liggen. En dan reflecteren we over de keuzes met betrekking tot de opvoeding van hun kinderen. Andere sessies gaan over meertalig voorlezen, PIM@Home, samen spelen met je kind, schermtijd, schoolkeuze, talendokter, …
Daarnaast kunnen we ook steeds op afspraak individueel advies geven aan ouders die vragen hebben rond meertalig opvoeden. Ten slotte zijn we ook regelmatig aanwezig tijdens de consultatiemomenten van Kind & Gezin. In het begin waren we daar op heel informele basis aanwezig, maar dat willen we in de toekomst formeler opnemen zodat ouders via Kind & Gezin taaladvies kunnen krijgen van onze logopedisten.
Waar zie je de grootste uitdagingen?
Voor mij mogen we nog wat meer buiten komen, en de huizen van het Kind ook. De huizen zijn nog niet voldoende bekend bij ouders. Daarvoor moeten we letterlijk soms uit onze huizen komen en samenwerken met andere organisaties zoals bijvoorbeeld kinderdagverblijven, scholen en bibliotheken. In Oudergem gaan we zo binnenkort een meertalige verteltocht organiseren in samenwerking met Huis van het Kind Den Dam, de Franstalige bibliotheek en de Nederlandstalige bibliotheek. Zulke initiatieven zouden we wat mij betreft vaker mogen doen.
Heb je nog advies voor collega’s uit het netwerk die pas opstarten?
Probeer te investeren in de vertrouwensband met jonge ouders. Dat is zo waardevol. Ik zie hiervan tijdens mijn werk al heel mooie voorbeelden, zoals de groep Klapklap in Anderlecht, die een echte vriendengroep is geworden. Ook was ik onlangs in Huis van het Kind Noord aanwezig toen een mama vertrok naar Finland en afscheid kwam nemen. Zij was heel emotioneel over het afscheid van de collega’s van Huis van het Kind. Die emotie toont hoeveel je met je werk kunt betekenen in mensen hun leven.